Ondergewaardeerde Liedjes


Ouwelullen-battle

Het is 2014 en de Rolling Stones staan op Pinkpop. Stel dat je in de teletijdmachine van Professor Barabas terug zou kunnen reizen naar 1964, toen de mannen in het Kurhaus speelden. Je tikt een beatnik op de schouder.

“Zeg, vogel, weet je dat Mick en zijn kornuiten in 2014 nog steeds in Nederland acte de presence zullen geven?”

</philipbloemendaal>

Nu zijn er natuurlijk meer bands, zangers en zangeressen die in de sixties al actief waren en nog steeds optreden of nieuwe nummers uitbrengen. Hierbij een kleine ode aan de ouwe lullen die na minstens 45 jaar nog steeds actief zijn.

(Trouwens: na ruim 250 blogjes, waarvan bijna 100 battles, is dit is de eerste keer dat Ondergewaardeerde Liedjes aandacht wordt besteed aan de Stones. Ze hebben zelfs niet de Snob 2000 gehaald. Dat is niet bewust, maar het is wel opvallend.)

Keuze Danny den Boef: Tom Jones & Janis Joplin – Raise Your Hand (1969)

Het vocale geweld is van een zeldzame klasse. Bijna om bang van te worden.

Als we het, uiteraard met alle respect, over ouwe lullen in de muziek hebben die nog steeds actief zijn, mag er natuurlijk één grote naam niet ontbreken: Tom Jones.

Sir Thomas Jones Woodward.

Al ruim vijftig jaar staat de Bariton uit Wales op de planken. En hoe. Nog steeds beukt hij, bijna 74 inmiddels, die vuistslag van een stem door de microfoon. Met vrachtwagenladingen soul en gevoel die, zeker voor een blanke zanger, uniek zijn. De stem van Jones is als een antieke sloophamer. Oud, wat roestig qua uiterlijk, maar als je er vol mee uithaalt komt het nog steeds onveranderd en genadeloos hard aan. Uniek.

Ik vind hem geweldig en zeker één van de meest onderschatte artiesten ooit. Zeg Tom Jones en de vooroordelen beginnen binnen te stromen. Volkomen onterecht natuurlijk. Ok, de man heeft niet alleen maar goud afgeleverd, heus niet. In die dikke vijftig jaar zaten er best wat draken tussen, natuurlijk. Maar wat ik zo knap vind van Sir Tom, is dat hij nooit blijft hangen in zijn vaste genre. Het genre dat hem in de sixties zo beroemd maakte. Nee, hij gaat mee met zijn tijd en is niet bang daarbij te falen. En dat verdient respect.

Maar niet alleen op de plaat doet Jones het goed. Eind jaren zestig was hij heer en meester op TV met zijn show This Is Tom Jones, waarin een mix van comedy, sketches en uiteraard muziek zeer succesvol bleek. Sir Tom werd zelfs genomineerd voor een Golden Globe.

Het draaide uiteraard het meest rondom de muziek. En dat met gasten als Stevie Wonder, Bee Gees, Dusty Springfield, Jerry Lee Lewis, The Who, Johnny Cash, Ray Charles, Ella Fitzgerald, Little Richard en Janis Joplin om er maar eens willekeurig wat te noemen. De formule is even simpel als briljant. Tom Jones zingt met de gastartiest van dienst een paar nummers, meestal een medley, dit alles in een heerlijk ongedwongen sfeer. Weergaloos. Als je de beelden terugziet kun je niets anders dan zuchten van genot.

Hieronder zie je één van de meest memorabele momenten uit de show. Tom Jones zingt samen met Janis Joplin Raise Your Hands. Het genot is bij Tom zichtbaar niet te onderdrukken. Het vocale geweld is van een zeldzame klasse. Bijna om bang van te worden.

En hoewel Janis Joplin al lange tijd niet meer zingt, ze overleed kort na deze opname in 1969, is Tom Jones nog steeds van de partij.

Niet alleen qua muziek, maar ook weer op TV als vaste coach bij de Britse editie van The Voice. De cirkel is rond. Tom Jones is weer keihard terug. En laten we daar nou met z’n allen gewoon eens heel blij mee zijn.

Keuze Eric van den Bosch: Status Quo – Mystery Song (1973)

 De volgende ochtend zat Parfitt nog steeds dat loopje te spelen

Er zijn van die bands waarvan het altijd grondig onhip is om ze goed te vinden. Status Quo is er zo een, en het is desondanks sinds 1977 mijn favoriete bandje. Ze hebben sinds het prille begin in 1962 alles meegemaakt wat élke rockband meemaakt: bezettingswisselingen, rechtszaken, bypass-operaties en verslavingen. Hun regel bijdrage in Do They Know It’s Christmas? werd geschrapt omdat ze niet alleen coke en drank meebrachten en uitdeelden, maar er zelf ook iets te veel van hadden gebruikt. Ook kende de band jaren waarin de inspiratie – weer vooral door cocaïnegebruik – ver te zoeken was.

Maar ze hebben ook de andere kant meegemaakt: joekels van hits, waaronder precies één in de Verenigde Staten: Pictures Of Matchstick Men. Ze hebben een aantal opmerkelijke records op hun naam staan (band met de meeste optredens in Top Of The Pops bijvoorbeeld) en als ze op een festival staan komt ineens alles en iedereen in beweging als ze hun opwachting maken. Inmiddels is er een documentaire over ze gemaakt, hebben ze een film opgenomen (in goed-Britse traditie een uiterst slap vehikel voor de artiesten) en hebben ze zelfs recentelijk een aantal concerten gegeven in de succesbezetting terwijl de huidige bezetting ook nog gewoon doorgaat.

Criticasters verwijzen graag naar “drie-akkoorden-boogie”, alsof dat iets slechts zou zijn. Francis Rossi en Rick Parfitt, de overgebleven oerleden, zitten daar niet mee en noemden studio-album nummer 28 vrolijk In Search Of The Fourth Chord. En laten we wel zijn, er zijn weinig bands die zo herkenbaar zijn. Door ‘de dreun’, de slaggitaarpartijen van Rick Parfitt.

Wie Status Quo iets beter kent weet echter dat ook de solo’s van Francis Rossi uit duizenden herkenbaar zijn. Daarnaast hebben ze in de loop der jaren ook regelmatig covers opgenomen. Rockin’ All Over The World (John Fogerty) en In The Army Now (Bolland & Bolland) werden als cover bekender dan het origineel.

Maar dit is Ondergewaardeerde Liedjes, dus het gaat niet albums of concerten, en een cover kiezen met zoveel eigen songs kan ook niet. Dan kun je een fanfavoriet als Forty-Five Hundred Times kiezen, of een klassieke voetbalstadionhymne als Whatever You Want. Ik ga echter voor het iets minder bekende pareltje Mystery Song.

De ontstaansgeschiedenis is op zijn minst opmerkelijk. Als het verhaal dat de heren al jaren vertellen tenminste klopt. Naar verluidt was het drankje van Rick Parfitt voorzien van een flinke hoeveelheid LSD, waardoor die nog obsessief een loopje zat te spelen terwijl de rest van de band de werkzaamheden voor die dag beëindigde. Toen ze de volgende dag weer arriveerden, zat Parfitt nog steeds dat ene loopje te spelen. Ook de naam van de song heeft een verhaal. Ze hadden namelijk wel een titel, maar konden zich absoluut niet meer herinneren wat dat ook alweer was. Ergo: Mystery Song. Spinal Tap was écht universeel…

Teksten zijn nooit belangrijk geweest bij Status Quo, ze moesten vooral lekker klinken. Met gebruikmaking van de kracht van de herhaling, zoals ook bij Mystery Song. Dit nummer heeft een rustig intro, met een hypnotiserend gitaarloopje, waarna de spanning wordt opgebouwd naar de up-tempo rocker die het eigenlijk is. Hoewel het nummer niet helemaal de klassieke ‘Status Quo-dreun’ heeft, is de slaggitaar ook in dit nummer de drijvende kracht.

Zoals AC/DC nooit groot was geworden zonder Malcolm Young, zo is Rick Parfitt essentieel voor het Status Quo-geluid. In de fade-out komt de voorliefde voor country van Francis Rossi én co-auteur Bob Young nog even om de hoek kijken. Status Quo heeft zich nooit geschaamd voor de pretentieloze vierminutensongs – en terecht, wat mij betreft -, maar Mystery Song is een van die nummers waaraan je hoort hoe goed ze eigenlijk zijn.

Keuze Henk Tijdink: Bob Dylan – My Back Pages (1992)

Een versie van Roger McGuinn, Tom Petty, Neil Young, George Harrison, Eric Clapton en Dylan zelf. Need I say more?

In 1992 zat Dylan dertig jaar ‘in het vak’, om het zo maar eens te zeggen. Eigenlijk al muzikant sinds 1959, maar in 1962 heeft hij zijn debuutalbum uitgebracht. Een reden voor bevriende muzikanten om een feestje te geven waarbij ze allemaal een of twee nummertjes van de jubilaris vertolkten. En daarmee is dus meteen de legitimering voor deze keuze gemaakt. Inmiddels is het ruim een halve eeuw geleden dat Dylan zijn eerste werk uitbracht. En nog steeds brengt hij met een behoorlijk frequentie nieuw werk uit.

Terug naar zijn ‘verjaardagsfeestje’. Destijds was het al een erg indrukwekkende line-up, maar nu, 22 jaar na dato, nog steeds zeer indrukwekkend. Natuurlijk de heren die het nummer van mijn keuze spelen, maar ook namen als Johnny Cash, Sinéad O’Connor, Lou Reed en  Ron Wood. Een complete line-up is te zien op een Wikipedia-pagina.

Ik was 14 en dankzij muziekliefhebbende ouders is dit concert niet geheel aan mij voorbijgegaan. Het schijnt dat de muziek die je muzikale voorkeur zich vooral voor je zestiende levensjaar ontwikkeld en dat verklaart dus een hoop… Maar dat terzijde.

Er zijn mij twee optredens echt bijgebleven. De Clancy Brothers, een van de inspiratiebronnen voor Dylan, hebben een hele mooie versie van When The Ship Comes In vertolkt. Maar het meest indrukwekkend is toch de versie van My Back Pages door Roger McGuinn, Tom Petty, Neil Young, George Harrison, Eric Clapton en Bob Dylan.

Opsommend:

  • Roger McGuinn, muzikant sinds 1960 en in 1964 medeoprichter van The Byrds, nog steeds actief als solo-artiest.
  • Tom Petty, sinds 1969 actief als muzikant (en daarmee de jongste van dit stel)
  • Eric Clapton, sinds 1962 actief en sinds 1963 toegetreden tot The Yardbirds (en later natuurlijk Cream, Derek and The Dominos en veel solowerk)
  • Neil Young, actief sinds 1960 en in 1966 bekendheid gekregen met Buffalo Springfield.
  • Bob Dylan zelf, zoals gezegd in 1959 al begonnen als muzikant en ‘still going strong’.
  • George Harrison, en dat zal de lezer dezes niet onbekend zijn, heeft helaas het tijdige voor het eeuwige verwisseld

Ik heb me vaak afgevraagd wat deze versie van My Back Pages nu zo mooi maakt. Het is natuurlijk een prachtig nummer met een Dylaneske tekst waarmee je alle kanten op kunt. Maar ik denk vooral dat de kracht van deze versie is dat elk van deze artiesten zijn eigen stijl in het nummer legt. Ook zonder beeld kun je perfect horen wie van deze grootheden welk couplet zingt. En de twee gitaarsolo’s zijn oh zo tegengesteld, maar ook oh zo mooi. Een eerste solo met het gelikte werk van Eric ‘Slowhand’ Clapton en een tweede solo waarin onmiskenbaar het gitaarspel van Neil Young te horen is.

Nou ja, kijk en luister maar!

Keuze Martijn Janssen: The Rolling Stones – Losing My Touch (2003)

De uitvoering bewijst dat ze het nog steeds niet kwijt zijn.

Kan je als gevierde artiest/band ook ondergewaardeerd zijn op Ondergewaardeerde Liedjes? Volgens mij is dat zeker mogelijk. Want ondanks hun invloed op de rockmuziek lijkt The Rolling Stones genegeerd te worden hier. Tot vandaag geen vermeldingen, zelfs geen enkel nummer van hen in de Snob 2000! En dat terwijl The Greatest Rock ‘n’ Roll Band In The World erg veel uitstekend materiaal heeft, ook als je verder kijkt dan hun grote hits. En dan heb ik het niet alleen over hun onvolprezen nummers van de late jaren zestig en begin zeventiger jaren. Maar neem nu Losing My Touch, een Rolling Stones nummer uit de 21e eeuw. Een piano-ballad zelfs, gezongen door Keith Richards.

Hé, nu niet weglopen!

Want Losing My Touch is zeker een waardige toevoeging aan hun canon, die ondertussen al meer dan vijftig jaar beslaat. Het toont een gevoelige, breekbare kant van Keith Richards. En ondanks, of misschien zelfs wellicht, zijn verleden als rock ‘n’ roll feestbeest komt dat zeer geloofwaardig over, waarschijnlijk geloofwaardiger dan wanneer Mick Jagger het had gezongen. Jagger’s stijl is toch wat berekender.

Qua overtuiging en performance is het nummer een evenknie van Bob Dylan’s pareltje Blind Willie McTell. Daarin Dylan zingt dat Nobody can sing the blues like Blind Willie McTell, maar zijn voordracht bewijst dat Dylan zeker in zijn voetstappen kan staan. En hoewel Keith Richards vol zelfverwijt klinkt als hij zingt I’m losing my touch, bewijst hij met dit nummer het tegendeel. Na al die jaren zijn The Rolling Stones nog steeds niet rijp voor het museum, maar weten ze je nog altijd te raken met nieuw materiaal.

Keuze Freek Janssen: Joan Manuel Serrat – Era (2010)

Waarom zou dat meisje in godsnaam een foto van vlees achterlaten op tafel?

In Spanje zijn er twee viejos die nog aardig meetellen ondanks hun ouwelullen-status: Joaquin Sabina en Joan Manuel Serrat. De laatste treedt al op sinds 1968, toen hij ook een gooi deed naar het Eurovisie Songfestival.

De twee zangers treden samen optreden op en hebben van die doorleefde stemmen die alleen nog maar rauwer worden omdat ze in het Spaans zingen. Luister maar eens naar Serrat’s vertolking van het prachtige Era en het origineel van Estopa: waar krijg je meer kippenvel van?

Het liedje gaat over een meisje dat plotseling wegging. Ze was opeens weg en liet me achter met twee koppen koffie, en een afscheidsbriefje en een pasfoto. En een ziel vol met spijt. Het was altijd lente, nu is ze weg.

Dat kan een ouwe lul beter zingen dan een twintiger.

Die pasfoto waar Serrat over zingt, is een foto de carnet. Ik heb lange tijd gedacht dat hij foto de carne zong. Waarom zou dat meisje in godsnaam een foto van vlees achterlaten op tafel?

 
 

1 Comment

  1. Henk Schoenmakers

    Met het WK in Brazilie in aantocht, mag Erasmo Carlos wel aan bod komen in deze rubriek. 73 jaar oud en sinds pakweg 1957 on stage…
    Zijn tot nu toe laatste album kwam uit in 2011 en heette SEX. Een echte macho dus.
    Een aanstekelijk en relaxed nummer is Cachaca mechanica, dat in 1976 zelfs nog een hitje was in NL

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *